Bijtelling

Voor wie geldt bijtelling?

Voor privégebruik van een auto van de zaak is de bijtelling van toepassing op zowel een werknemer (geregeld in artikel 13bis Wet loonbelasting) als op een ondernemer (geregeld in artikel 3.20 Wet inkomstenbelasting).

Voor ondernemers geldt de bijtelling voor het privégebruik van de auto als de auto tot het vermogen van de onderneming behoort of als de auto door de onderneming geleast wordt. In principe komen alle autokosten dan ten laste van de winst, maar voor het privégebruik wordt deze aftrekpost gecorrigeerd met de bijtelling. De bijtelling bedraagt bij ondernemers nooit meer dan de werkelijke kosten.

Bijtelling en CO2

Voor zuinige auto’s geldt, afhankelijk van de hoogte van de CO2-uitstoot, een aantal categorieën met verlaagde bijtelling.

Het verlaagde bijtellingspercentage van 14% geldt voor auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 95 gr/km bij dieselauto’s en 110 gr/km bij benzineauto’s (grenzen per begin 2012). Hierbij wordt nogal eens gedacht dat dit geldt voor alle auto’s met energielabel A. Dat is echter onjuist: gekeken moet worden naar deze exacte CO2-uitstootnormen. Deze CO2-uitstootgrens wordt per 1 juli 2012 aangescherpt: Het bijtellingspercentage van 14% geldt dan voor auto’s met een CO2-uitstoot kleiner dan 92 gr/km bij dieselauto’s en kleiner dan 103 gr/km bij benzineauto’s.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om auto’s als de Fiat 500, Honda Insight, Toyota IQ en Prius, Skoda Fabia Combi Greenline, Smart Fortwo diesel en de Volkswagen Polo Bluemotion. Een compleet overzicht vindt u op www.groenopweg.nl.

Per 2009 is een tussencategorie ingevoerd van 20% van de catalogusprijs. Deze geldt per begin 2012 voor benzine-, LPG- en aardgasauto’s met een CO2-uitstoot van 111 tot en met 140 gram per kilometer en dieselauto’s met een CO2-uitstoot van 96 tot en met 116 gram per kilometer. De bovengrens van deze 20%-categorie wordt per 1 juli 2012 verlaagd tot 114 gram/km bij diesel en 132 gram/km in overige gevallen.

Het betreft bijvoorbeeld uitvoeringen van auto’s zoals de Audi A1 en A3, Fiat Punto Evo en Grande Punto, Ford Fiësta, Focus en Mondeo, Mercedes-Benz B-klasse, Peugeot 308 en 508, Renault Clio en Laguna, Volkswagen Golf, Touran en Passat. Een compleet overzicht vindt u op www.groenopweg.nl.

De 0%-bijtelling geldt vanaf 2010 voor auto’s met een nulemissie CO2. Per 1 januari 2012 is deze categorie bovendien uitgebreid door verhoging van de CO2-uitstootnorm tot maximaal 50 gram/km. In de praktijk zullen voor elektrische auto’s en plug-in hybrides in deze categorie vallen. Ook waterstofauto’s met een verbrandingsmotor vallen er echter onder.

Voorbeelden van auto’s in deze categorie zijn Citroën C-zero, Nissaf Leaf, Opel Ampera, Peugeot Ion, Renault Fluence en Tesla Roadster.

Uiterlijk 31 december 2013 tenaamgestelde auto’s in deze categorie hebben een 0% bijtelling gedurende 60 maanden. Bij een eerste tenaamstelling in 2014 of 2015 geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 7%.

De CO2-uitstootnormen van deze verlaagde categorieën worden de komende jaren bijgesteld volgens onderstaande tabel. Het verschil tussen benzine en diesel in de 14%- en 20%- categorie wordt uitgefaseerd en zal in 2015 verdwenen zijn.

 

Hoeveel bedraagt de bijtelling?

Als het aantal privékilometers op jaarbasis groter is dan 500 kilometer, kan de hoogte van de bijtelling worden afgelezen uit onderstaande tabel:

Hoe wordt de bijtelling berekend?

De bijtelling wordt tot het inkomen gerekend. De werknemer betaalt over de bijtelling loon-/inkomstenbelasting. Per 2006 wordt voor werknemers de bijtelling via de loonbelasting belast en verrekend via de loonstrook. Een eventuele eigen bijdrage van de werknemer voor privégebruik komt in mindering op de bijtelling.

Tijdsevenredig berekenen

 Omdat de hoogte van het bijtellingspercentage afhankelijk is van het aantal gereden privé-kilometers, moeten voor toepassing van bovenstaande tabel de gereden privé-kilometers eerst worden herberekend naar een jaarkilometrage als niet het hele jaar met een auto van de zaak is gereden. Vervolgens kan aan de hand van de jaarkilometrage in de tabel worden afgelezen welk percentage van toepassing is.

Cataloguswaarde

De cataloguswaarde van de auto is bepalend voor de bijtelling. Voor een personenauto is de cataloguswaarde de nieuwprijs van de auto inclusief BPM en BTW. De cataloguswaarde van een bestelauto die vóór 1 juli 2005 is te naam gesteld, is inclusief BTW maar zónder BPM. Voor bestelauto’s die op 1 juli 2005 of later voor het eerst zijn te naam gesteld, geldt een cataloguswaarde inclusief BTW én BPM.

Opties en accessoires

Accessoires, opties en meeruitvoeringen kunnen worden gerekend tot de catalogusprijs. Voor auto’s met een tenaamstelling vóór 1 juli 2006 tellen accessoires mee voor de bijtelling als deze in de prijslijst van de importeur of fabrikant voorkomen én zijn ingebouwd vóór de dag van toekenning van het kenteken.

Voor auto’s met een tenaamstelling vanaf 1 juli 2006 geldt dat de bijtelling wordt berekend over de waarde zoals die ook voor de BPM-berekening geldt: de catalogusprijs inclusief de af-fabriek gemonteerde opties. Bij de dealer aangebrachte accessoires tellen dan niet langer mee voor de bijtelling.

Kilometeradministratie

De bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak kan worden voorkomen indien men op jaarbasis minder dan 500 km privé rijdt. Hoe het bewijs daarvoor wordt geleverd, is niet aan regels gebonden. Het beste kan dit door middel van een sluitende kilometeradministratie.

In een rittenadministratie moeten per rit de volgende gegevens worden bijgehouden:
- datum
- begin- en eindstand van de kilometerteller
- plaats van vertrek
- plaats van de bestemming
- vermelding van de aard van de rit en de gereden route.

Naast een rittenadministratie kan de belastingdienst aanvullende informatie opvragen. Hierbij kunt u onder meer denken aan de agenda, tankgegevens en gegevens over verkeersboetes.

Een online rittenregistratie als die van Zakelijk Rijden kan ondersteunend zijn bij een sluitende kilometeradministratie.

Verklaring geen privégebruik

Vanaf 1 januari 2006 moet de werkgever loonbelasting inhouden over de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak. De werkgever is er verantwoordelijk voor dat het juiste bedrag aan loonbelasting wordt afgedragen. Is de werknemer van mening dat er geen bijtelling hoeft plaats te vinden omdat op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé wordt gereden, dan zou de werkgever de kilometeradministratie moeten controleren. Om de werkgever niet met deze controle te belasten, kan de werknemer met een standaardformulier bij de belastingdienst een verklaring geen privégebruik auto aanvragen. Als de werknemer de verklaring overhandigt aan de werkgever, kan de werkgever zonder risico’s op naheffing en boetes de bijtelling achterwege laten. Alleen als het voor de werkgever duidelijk is dat de verklaring ten onrechte is afgegeven, kan de belastingdienst bij de werkgever naheffen. In andere gevallen wordt bij de werknemer nageheven.

De werknemer moet ondanks zo’n verklaring nog wel een sluitende kilometeradministratie bijhouden. Aan de belastingdienst moet immers kunnen worden aangetoond dat er niet meer dan 500 km op jaarbasis is gereden. Mocht achteraf echter blijken dat toch meer dan 500 km privé is gereden, dan zal de belastingdienst de belasting over de bijtelling naheffen bij de werknemer en niet bij zijn werkgever. Voor het bijhouden van de rittenregistratie kan gebruik gemaakt worden van de online rittenregistratie van Zakelijk Rijden.

Vragen of suggesties? Neem alstublieft contact met ons op.