Ook niet-schriftelijk bewijs mogelijk ter voorkoming van bijtelling
De Hoge Raad, de hoogste belastingrechter, heeft op 22 oktober 2010 uitspraak gedaan in een zaak over de reikwijdte van de tegenbewijsregeling ter voorkoming van de bijtelling. Dit tegenbewijs hoeft volgens de Hoge Raad niet per se schriftelijk te worden geleverd.
Het ging om een situatie waarin aan een medewerker van een verhuurbedrijf een auto ter beschikking was gesteld. Overdag werd deze auto ook door collega’s gebruikt voor het halen en brengen van verhuurauto’s naar verschillende adressen.
Deze medewerker hield zelf een rittenregistratie bij ter voorkoming van de bijtelling. Van de ritten door collega’s ontbraken in die administratie echter gegevens over de bezochte adressen en de gereden routes. Volgens de inspecteur betekende dit dat de rittenregistratie niet sluitend was, zodat alsnog een bijtelling aan de orde was.
Volgens de wet is de bijtelling echter niet van toepassing als uit een rittenregistratie of anderszins blijkt dat belanghebbende de auto in een jaar niet voor meer dan 500 km voor privédoeleinden heeft gebruikt. De lagere rechters hadden geoordeeld dat hier niet aan was voldaan omdat deze medewerker geen schriftelijke stukken had overlegd waaruit de bestemming van de ritten van zijn collega’s bleek. Wel had hij mondelinge verklaringen hierover afgelegd.
De Hoge Raad vernietigt dat oordeel echter. Volgens de Hoge Raad is de opvatting onjuist dat het tegenbewijs uitsluitend met schriftelijke stukken mag worden geleverd: Men kan met elk bewijsmiddel laten blijken dat de ter beschikking gestelde auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km voor privédoeleinden is gebruikt.




Aanmelden
Client login
Nederlands